Kabinet kiest weer niet voor betere arbeidsvoorwaarde defensiepersoneel

Bij dit kabinet staat het defensiepersoneel weer niet op één. De onderhandelingen tussen het kabinet en de vakbonden over betere arbeidsvoorwaarden is mislukt. " Ongelooflijk dat het weer niet gelukt is", zegt GroenLinks Tweede Kamerlid Isabelle Diks.

Bij dit kabinet staat het defensiepersoneel weer niet op één. De onderhandelingen tussen het kabinet en de vakbonden over betere arbeidsvoorwaarden is mislukt. " Ongelooflijk dat het weer niet gelukt is", zegt GroenLinks Tweede Kamerlid Isabelle Diks.

De mensen die dagelijks werken aan onze veiligheid, hier en in verre buitenlanden, moeten met goede arbeidsvoorwaarden op een veilige manier hun werk kunnen doen. Een goede cao is daarvoor noodzakelijk. Nu komt die cao er helaas weer niet. En dat terwijl de leus van Bijleveld en Visser, de bewindslieden op defensie, toen zij aantraden was: het personeel op één. “Dit tast de geloofwaardigheid aan van de bewindspersonen”, zegt Diks. “Je kunt niet blijven zeggen dat je het personeel op één zet en vervolgens niet over de brug komen wanneer het op de financiën aankomt.”

“De Tweede Kamer heeft al meermaals breed zorgen geuit over een ontbrekende cao bij een van onze grootste rijksdiensten: defensie”, vertelt Diks. De defensieorganisatie kampt met allerlei problemen. Er zijn 8200 vacatures, de uitstroom aan goed personeel is hoog, er is achterstallig onderhoud aan het materieel en de legering is vaak onvoldoende.

Bijleveld en Visser laten vandaag weer zien hier niet voldoende op in te grijpen. Het mislukken van deze cao duwt waarschijnlijk nog meer personeel weg uit de organisatie. Zo bereikt dit kabinet precies het tegenovergestelde van wat het zei te willen bereiken. “Dat het nu weer niet is gelukt om tot een overeenkomst over de arbeidsvoorwaarden te komen, is een klap in het gezicht van het defensiepersoneel dat al lang betere arbeidsvoorwaarden zou moeten hebben”, zegt Diks. “Juist de overheid moet een betrouwbare en goede werkgever zijn. Ik wil zo snel mogelijk in debat met de bewindspersonen over deze aanfluitia