Jaarverslag Onderwijsinspectie één groot pleidooi voor meer investeringen

Het jaarverslag van de Onderwijsinspectie leest volgens GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld als een 208 pagina’s tellend pleidooi voor veel forsere investeringen in het onderwijs. ‘Het is echt tijd om wakker te worden en veel forser te investeren. De werkdruk moet omlaag, de klassen moeten kleiner, de salarissen moeten omhoog. Leerlingen en leraren verdienen dat,’ zegt ze in een eerste reactie.

De jaarlijkse analyse van de Inspectie heeft dit keer extra gewicht omdat er een analyse is gemaakt over een periode van twintig jaar. De conclusies zijn niet mals: volgens de kwaliteitsbewaker loopt het niveau in het funderend onderwijs jaar na jaar terug. Het taal- en het rekenniveau bij kinderen wordt minder. ‘We kunnen als samenleving niet accepteren dat er steeds vaker kinderen van de basisschool komen die niet goed kunnen lezen of rekenen,’ aldus Westerveld. ‘De glijdende schaal die is vastgesteld, moet voor het ministerie van OCW aanleiding zijn voor reflectie: hoe heeft dit kunnen gebeuren?’

Nederland handhaafde zich met het onderwijs de afgelopen jaren steeds in de internationale subtop, ofschoon de investeringen relatief bescheiden zijn. Volgens de Inspectie is nu echter het moment aangebroken dat we door veel landen voorbij worden gestreefd. Westerveld: ‘De goede resultaten komen op het conto van ons onderwijspersoneel. Dat heeft de afgelopen decennia keihard gewerkt. Maar dat personeelsbestand vergrijsde. Een deel van de mensen ging met pensioen. De mensen die overbleven waarschuwen al jaren over de te hoge werkdruk in alle sectoren. Tel daarbij op dat de salarissen in vooral het primair onderwijs lager zijn dan in andere sectoren waar men drijft op hoogopgeleiden en je komt uit bij de situatie van nu: dalende kwaliteit, enorme lerarentekorten, stakend personeel.’

Tegelijkertijd lijkt de laatste grote stelselwijziging – passend onderwijs – nog altijd niet goed geland: de inspectie stelt vast dat de verwachtingen van passend onderwijs niet duidelijk zijn en afspraken over inzet van specifieke middelen voor leerlingen met een zorgvraag zijn eveneens vaag. Willekeur ligt op de loer.

Daarbij neemt de segregatie via de schoolbanken toe. ‘Kinderen met hoogopgeleide ouders krijgen een beter vangnet geboden dan kinderen uit kwetsbaarder bevolkingsgroepen. Ze wonen elders, gaan naar andere scholen, en kunnen dankzij de financiële positie van hun ouders vaker een beroep doen op bijlesprogramma’s,’ aldus Westerveld. ‘Wat dat laatste betreft is GroenLinks al langer bezig met initiatieven waarmee bijspijkerprogramma’s voor iedereen toegankelijk worden. Maar los daarvan is de tweedeling in de samenleving een enorm punt van zorg: het basisonderwijs is bij uitstek de plek waar je kennismaakt met de verschillende achtergronden van mensen. Dat zouden we veel meer moeten koesteren.